Werken tot je 67 is onmogelijk


De Nederlandse regering denkt er erg aan om de AOW-leeftijd te verhogen. Hierdoor zal iedereen moeten werken tot zijn 67e. Op zich ben ik voor. Mits deze maatregel samengaat met een pakket maatregelen die er voor moet zorgen dat mensen op 67-jarige leeftijd daadwerkelijk een nuttige bijdrage kunnen leveren. En dat is denk ik een lastige (zo niet onmogelijke opgave). Zeker voor de nieuwe generatie kenniswerkers.

Zonder wetenschappelijk onderzoek durf ik te stellen dat de meest productieve jaren voor een gemiddeld persoon liggen tussen het 25e en 45e levensjaar. Zonder twijfel is deze bandbreedte per beroepsgroep anders. Desondanks is het logisch dat jongeren nog een hoop moeten leren voor ze echt productief worden. Naast het feit dat ouderen ontdekt hebben dat er meer is dan werken alleen heeft deze groep een aantal hindernissen.

Ouderen hebben last van fysiek beperkingen; ouderdom komt met gebreken. Van je 17e tot je 67e stratenmaker zijn mij vrijwel onmogelijk zonder je rug volledig in de vernieling te draaien. Onze volksvertegenwoordigers in Den Haag begrijpen dit gelukkig en tonen coulance door te denken aan een uitzondering voor ‘zware beroepen’.

Een tweede probleem waar ouderen mee kampen is een kennisachterstand. Laten we eerlijk zijn. Op je 60e is de HAVO al weer 45 terug in de tijd. En die universitaire titel is niet meer dan dat: een titel. Goed dat je dat ooit gehaald hebt, maar zonder up-to-date kennis en praktische ervaring voegt een 65-jarige kenniswerker in onze kenniseconomie niet veel toe. Het zal mij niets verbazen als een ervaren grijze kracht het in een sollicitatie dubbel en dwars aflegt tegen een sluwe kwieke dertiger. Of dit eerlijk is of niet.

Daarmee is het te simpel om de bal bij werkgevers te leggen. Een onderneming draaiende houden is al lastig zat en een bedrijf is geen charitatieve instelling. Nee: het is een eigen verantwoordelijkheid om toegevoegde waarde te hebben, nu en in de economie van de toekomst. De Engelsen hebben hier een mooi woord voor: employability. Dat je zelf zorgt dat je van waarde blijft voor werkgevers.

Dat ‘kennis bijhouden’ kan over het algemeen heel goed door binnen de organisatie bij te blijven en persoonlijk te blijven groeien. Desondanks zit hier een limiet aan. Niet iedereen kan guru of topmanager worden. En dan nog heb je cursussen nodig om nieuwe kennis op te doen. Cursussen volgen is echter heel erg duur. En een tweede universitaire studie al volledig onbetaalbaar. Zonder in details te treden mag ik verklappen dat dit je zo 8 jaar van je leven en 120.000 euro aan spaarcenten kost. Die kun je dus beter in een vervroegd pensioen stoppen.

De primaire verantwoordelijk van iemands carrière blijf desondanks bij de kenniswerker zelf liggen. Afgezien daarvan zou het goed zij als de regering het voor kenniswerkers mogelijk maakt om hun kennis bij te houden. Bijvoorbeeld door cursussen sterker te promoten en te subsidiëren. Mochten de Haagse dames en heren hier geen oplossing voor hebben, dan vrees ik dat we er een groot aantal beroepen bij krijgen die je na je 60e niet meer kan uitvoeren. Wordt ‘kenniswerker’ dan ook een zwaar beroep?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s